Kweekperiode
Nu de kweekperiode er weer aankomt, komen er ook weer meer vragen omtrent de medische aanpak tijdens deze periode. Ik ga er van uit dat iedere zichzelf respecterende liefhebber de moeite heeft genomen om de mest van de duiven op zijn minst op coccidiose en wormeieren te laten onderzoeken. We zien de laatste weken meer coccidiose. Het zachte weer van de laatste maand zal er wel aan bijdragen. Er vroeg me gisteren een liefhebber hoe duiven aan de coccidiose besmetting komen. Duiven en coccidiose zijn bijna onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Coccidiose vinden we nagenoeg altijd in de ontlasting van de duiven. Het is dan ook een illusie om te denken dat we deze besmetting kunnen uitroeien met medicijnen. Het doel dat we moeten nastreven is de infectiedruk te beheersen. Veel coccidiose in de ontlasting van de duif is veelal een aanwijzing voor een matige weerstand en conditie.
Een coccidiosebesmetting van enige omvang heeft een negatieve invloed op de darmwerking. Deze eencellige parasiet dringt de cellen van de darmwand binnen, waarna massale vermenigvuldiging plaats vindt. De darmcel gaat uiteindelijk hieraan te gronde. De parasieten die dan vrijkomen dringen vervolgens weer andere darmcellen binnen waarbij de vernietigende werking herhaald wordt. Het is dus duidelijk dat de optimale werking van de darm danig wordt verstoord en er behoorlijk wat energie van het lichaam in de afweer tegen deze infectie moet worden gestoken.
In deze tijd van het jaar adviseer ik overigens eerder om de duiven te behandelen. Dat kan met een appertex tabletje of enkele dagen baycox. De dosering is dan 4 ml per liter drinkwater, omdat de duiven minder drinken. Om dezelfde reden adviseer ik de kuur ook iets langer te geven 3 tot 5 dagen afhankelijk van de besmettingsgraad. Bij zwaardere besmettingen is het ook noodzakelijk de hokken uit te branden omdat anders weer een massale herbesmetting kan optreden.
Bij wormbesmetting geldt ook weer de noodzaak om de hokken goed uit te branden. Immers de eitjes zijn anders weer binnen enkele dagen besmettelijk larfjes die dan weer door de duiven worden opgenomen. Zeker in geval van een haarwormbesmetting is het noodzakelijk de mest te laten controleren op de effectiviteit van het toegepaste wormmiddel. Ook met betrekking tot de wormmiddelen neemt de resistentieproblematiek toen.
Zoals bekend adviseer ik in het najaar de mest van vijf dagen te verzamelen en hiervan een mengmonster te maken en dat door een duivenarts ook op paratyfus te laten onderzoeken. Ik heb op deze plaats al vaker geschreven dat dit geen 100% zekerheid geeft omtrent de aanwezigheid van deze schadelijke bacterie. Maar een positieve uitslag, waarbij de bacterie wordt aangetoond, maakt wel duidelijk dat er handelend moet worden opgetreden. Ik adviseer bij positieve besmetting gedurende 14 dagen trimsulfa te geven, vervolgens te vaccineren en daarna nog een kleine week na te kuren. Veel liefhebbers kuren in het najaar blind tegen paratyfus. Zoals eerder gesteld lopen de meningen over het nut hiervan sterk uiteen. Er zijn genoeg liefhebbers die beweren dat door deze kuur een beter kweekresultaat behaald wordt. Dit is zeker mogelijk. Trimsulfa en andere paratyfuskuren werken doorgaans ook tegen andere darminfecties. En de kuur zorgt dan dat de algemene infectiedruk voor de kweekduiven verminderd. Wat we hierbij echter niet uit het oog dienen te verliezen is dat we niet de illusie moeten hebben dat op deze wijze de paratyfus onder controle kan worden gebracht of zelfs uitgeroeid. Paratyfus laat zich met medicijnen niet uitroeien. Uitscheiding bij dragers van deze bacterie is ca. een maand na de kuur doorgaans weer op het oude niveau terug. De enig afdoende manier om op de langere termijn een paratyfusprobleem onder controle te krijgen is een regelmatige vaccinatie volgens voorschrift in combinatie met een ver doorgevoerde hokhygiëne.
Helemaal goed pakt men het aan als men bij een duivenarts enkele representatieve duiven voor de kweek laat controleren op de aanwezigheid van een geelbesmetting. Gelijktijdig zal deze arts, als hij zijn werk goed doet, controleren of de duiven wel of niet een luchtweginfectie, luizen etc bij zich dragen. Wat het geel betreft hangt het al dan niet behandelen in deze tijd van het jaar ook weer af van de infectiegraad. Hele lichte infecties laat ik rusten tot op de eieren. Zwaardere infecties 3-4 + laat ik altijd behandelen. En in deze tijd van het jaar beslist niet met een drinkwaterkuur. Dat staat garant voor een onvoldoende resultaat van de behandeling. Als het al teveel werk is om alle duiven middels een capsule gedurende twee dagen te behandelen, dan adviseer ik de duiven via een voerkuur te behandelen. Maar de voorkeur gaat uit naar behandeling via capsules.
Luchtweginfecties. Ook hier geldt weer de mate van de besmetting als graadmeter. Is er sprake van een lichte geelbesmetting met tevens een lichte luchtwegbesmetting dan laat ik in plaats van een geelkuur op de eieren vaak een combikuur voor de luchtwegen en het geel geven op de eieren. Ook dan weer toegediend over het voer.
Als bovenstaande ziekten allemaal onder controle zijn dan kan men stilaan aan kweken gaan denken. Om de duiven beter in conditie te krijgen kan men voor het koppelen bijvoorbeeld gedurende een dag of tien achtereen Boni-SGR geven. Boni-SGR bevat zoals bekend, onder meer, de Panax Ginseng. Van Ginseng is bekend dat het de vruchtbaarheid stimuleert evenals de paringsdrang. Maar los daarvan ondersteund de Boni-SGR ook weer de algemene weerstand.
Doffers en duivinnen waar men nog jongen van wil hebben maar die vruchtbaarheidsstoornissen hebben zijn in deze periode middels een of enkele hormooninjecties soms goed te helpen. Men moet zich echter wel realiseren dat deze injecties niet in alle gevallen de oplossing biedt voor de onvruchtbaarheid. Om de vruchtbaarheid te verhogen wordt van oudsher ook al Vitamine E geadviseerd. Kwaad kan het zeker niet. Maar ik ben er een voorstander van om naast vitamine E, bij vruchtbaarheidsproblemen ook de andere vitamines en de verstrekking van sporenelementen te optimaliseren. De ketting is immers net zo sterk als de zwakste schakel. En er zijn zeker periodes in het leven van een organisme dat de kreet van de gezondheidsraad: “Bij goede en gebalanceerde voeding is de opname van vitamines en sporenelementen voldoende” lang niet altijd opgaat. We moeten onze ogen niet sluiten voor de verarming van de voeding. Het is immers waarschijnlijk meer dan een hype dat voedsel fabrikanten op de verpakking schrijven “met extra vitamine zus of zo”. Het besef dringt steeds verder door dat het zich verschuilen achter een kreet van 30 jaar geleden niet langer verantwoord is.
Oude doffers en duivinnen kan men beter voorzien van een rustigere omgeving. Om stress te vermijden. Dat alleen al is soms voldoende om meer kweeksucces te hebben.
En dan de omega 3 olie. Ik heb hier al het nodige over geschreven, maar de liefhebbers blijven hier vragen over stellen. En nu een liefhebber, die artikelen schrijft in duivenbladen, me erop wees dat het wetenschappelijk onverantwoord was een en ander over deze olie aan het papier toe te vertrouwen, was me duidelijk dat het laatste over dit onderwerp nog niet geschreven is. Zelfs nu de informatie erover als het ware voor het oprapen ligt. Omega 3 olie. Er vallen enkele vetzuren onder zoals de EPA en de DHA. Deze omega 3 vetzuren hebben een ontstekingsremmende werking. Dit in tegenstelling tot de omega 6 olie die juist de ontstekingscascade stimuleert. Als we ons realiseren dat de afgelopen eeuw het voedingspatroon verschoven is naar een overdaad van omega 6 zuren t.o.v. de omega 3 vetzuren kan men zich goed voorstellen dat het duidelijk begint te worden dat we hier mogelijk een van de oorzaken van welvaartsziekten bij de kraag gevat hebben. Als we ons realiseren dat de verhouding omega 3 t.o.v. omega 6 vetzuren zo rond 1900 bij de mens rond de 1:1 lag en nu deze verhouding bij het gemiddelde voedingspatroon van de mens anno 2006 scheef gegroeid is naar 1: 20/25 dan wordt een en ander toch meer inzichtelijk. Ook granen zijn onderworpen aan de gevolgen van de verarming van de mondiale landbouwgronden helaas. Dus het is zeer wel mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat ook hier geldt dat de gehaltes aan de gewenste nutriënten in het graan veranderd zijn t.o.v. decennia geleden. Al met al is het daarom gewenst kritisch naar de effecten van deze ontwikkelingen op de gezondheid te blijven kijken. Het verstrekking van supplementen kan onder bepaalde omstandigheden daarom wel eens meer noodzaak dan luxe zijn. Maar nu terug naar de omega 3 vetzuren en het onderzoek naar de hersenontwikkeling. Vorig jaar schreef ik in de novembernieuwsbrief een verhandeling over een studie die bij honden was uitgevoerd. Hierbij werd wetenschappelijk bewezen dat de gift van extra omega 3 vetzuren tijdens de ontwikkeling van de hersenen leidde tot significante verbetering in het leervermogen van deze pups. Een voorsprong in slimheid die ze niet meer kwijtraakten in de verder loop van hun leven. De oorzaak hiervan werd achterhaald door coupes van de hersenen van deze pups te bestuderen. Het bleek namelijk dat deze pups meer verbindingen aangelegd hadden tussen de diverse hersencellen. Simpel vertaald: deze pups werden tijdens hun ontwikkeling uitgerust met een betere “processor” waardoor hun hersenen beter werkten. Inmiddels is duidelijk door studie in Engeland dat verbetering van de prestaties ook bij kinderen optreedt als ze extra omega 3 vetzuren krijgen. Mijn stelling was vorig jaar dat het dus niet is uit te sluiten dat eenzelfde effect ook te bereiken is bij de duiven door te zorgen dat de gift van omega 3 vetzuren tijdens de ontwikkeling van de duivenhersenen zo optimaal mogelijk is. Het is en blijft zo dat dit voor duiven nog allemaal bewezen moet worden. Maar ik stelde vorig jaar dat een ieder zijn voordeel met deze studies zou kunnen doen als het zo zou blijken te zijn dat dit ook bij duiven geldt. Het zal immers waarschijnlijk nog jaren duren voordat een wetenschapper dit een leuk onderwerp vindt om te onderzoeken. Maar moeten we daarom tot die tijd net doen alsof het bij duiven niet mogelijk is omdat het wetenschappelijk nog niet bewezen is. Dacht het toch niet! Het geven van omega 3 vetzuren is om meerdere redenen aan te bevelen. Immers omega 3 vetzuren hebben ook een belangrijke rol bij de afweer van het lichaam naast nog vele andere lichaamsondersteunende functies.
Mijn stelling van vorig jaar was blijkbaar een uitnodiging aan veel liefhebbers om omega 3 olie tijdens de kweek te proberen. De nieuwsbrief van november vorig jaar leverde vele honderden reacties op. Veel liefhebbers hebben het geprobeerd om de olie toe te passen. Sommige begonnen aan de late kant. Sommige ,op het juiste tijdstip dus vanaf de koppeling. Na de kweek was er een duidelijke trend in de reacties waarneembaar. Uit de vele reacties was op te merken dat het er alle schijn van heeft dat jongen baat hebben bij extra omega 3 olie vanaf de koppeling. Een hele bemoedigende reactie kwam van een liefhebber uit West-Vlaanderen die twee afdelingen naast elkaar had. Eén afdeling die wel omega 3 extra had gekregen en één afdeling niet. De jongen uit de afdeling met de omega 3 waren doorgaans sneller thuis dan de jongen uit de andere afdeling,zo werd me gemeld. Nu moet deze mededeling met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Een zo’n waarneming is niet zaligmakend. En het kan best zo zijn dat de duiven van de ene afdeling beter van kwaliteit waren dan van de andere afdeling. Hoe dan ook, bij mij groeit de overtuiging, ook al moet het nog wetenschappelijk allemaal definitief bewezen worden, dat omega 3 vetzuren een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de jonge duiven. Reden genoeg om het gebruik ervan tijdens de kweek ervan te adviseren.
En dan de vraag wat is dan goed?. Hoeveel te geven? etc. Een liefhebber vertelde dat hij een paar visolie-capsules over het voer deed. Hij had geen effect ervan bemerkt. Een gemiddelde visolie-capsule bevat ca. 200-400 mg EPA en DHA. Dit is echter veel te weinig. Zelf adviseer ik Barleans-flaxseedoil of Pigeonexpress. Deze zijn rijkelijk voorzien van omega 3 olie. Zo bevat Barleans bijvoorbeeld 6200 mg omega 3 olie per eetlepel. Tot nu toe het hoogste gehalte aan omega 3 dat ik heb kunnen vinden. Er zullen waarschijnlijk meer mogelijkheden zijn. Als liefhebbers elders een omega 3 product met hogere gehaltes kennen, dan hoor ik dat graag. Let bij de beoordeling van deze producten wel altijd op de gehaltes van de omega 6 vetzuren die meestal (=bijna altijd) ook in de olie zit. Bij Barleans is dit gehalte aan omega 6 en 9 vetzuren respectievelijk 1810 mg en 2040 mg per eetlepel. Dit is vele malen lager dan het gehalte aan omega 3 vetzuren. En juist dat laatste is mijns inziens een must. De omega 6 vetzuren staan immers bekend als stimulatoren van ontstekingsreacties. Iets wat we niet wensen. Daarnaast bevat Barleans ook nog vitamine E. Pigeonexpress is dus ook een rijke bron aan omega 3 vetzuren en bevat daarnaast nog vitamines. Ik adviseer dus om de omega 3 olie vanaf de koppeling dagelijks te geven zodat de duivinnen een maximale hoeveelheid van de omega 3 vetzuren via de eieren kunnen doorgeven voor het groeiende jong. Juist dan is de behoefte aan omega 3 voor de hersenontwikkeling immers hoog. Daarna kan volstaan worden met twee – drie keer per week een eetlepel per kg voer. Er zijn inmiddels ook duivenvoeders op de markt met extra omega 3.
Op de eieren dus altijd vanzelfsprekend een geelkuur. Zijn er ruim voor de koppeling twee geelcapsules gegeven dan kan men volstaan met een geelcapsule op de eieren. Heeft men last van lichte luchtwegklachten samen met een lichte geelbesmetting dan kan men overwegen een kuur van bijvoorbeeld poeder 18 te geven. Dan pakt men beide kwalen tegelijk en komen de jongen in een schoon “bed” ter wereld.
Ook tijdens de kweek kan men Boni-SGR verstrekken. De dosering kan dan iets verlaagd worden en beperkt tot 2-3 x per week. Heeft men dan onverhoopt toch nog last van spuiters in het nest bij de overgang van de pap naar het droogvoer dan kan men aan het drinkwater het beste elektrolyten of Bonisol verstrekken.