|
Cornelis en Gerard Koopman, (Ermerveen, Nederland)
Een blik achter de schermen bij de meest beroemde duiventandem van Nederland, is als een wandeling door het sprookjesbos. Zo'n supplement aan
kwaliteit is haast ondenkbaar. De vader-zoon combinatie Cornelis en Gerard Koopman zijn geweldige duivenmelkers, die magnifieke resultaten
behalen met fenomenale duiven; zij zijn de crème de la crème van de Nederlandse duivensport; liefhebbers van het hoogste kaliber met wereldklasse
duiven, wat wordt onderstreept door hun, op z'n zachtst gezegd, adembenemende prestaties. Wat er allemaal ook is gezegd en geschreven over deze
combinatie, de conclusie komt telkens op hetzelfde neer . . . er bestaat geen betere kolonie duiven! Hun Nationale en Internationale prestaties
de laatste jaren bewezen dat ruimschoots, een kijkje in de keuken van vader en zoon Koopman zal deze mening alleen maar meer bevestigen . . .
Geschiedenis
Start met de duiven
De ontstaansgeschiedenis van de combinatie Koopman leidt ons terug naar 1915, toen Cornelis Koopman het levenslicht zag op de boerderij van zijn
ouders in Nieuw Amsterdam. Hier groeide hij en als 12 jarige jongen al bleek zijn passie voor duiven al groot, gevoed door zijn buurman de heer
Lugas, die duiven hield. De jonge Koopman bracht al zijn vrije uurtjes door met het observeren van deze duiven.
Natuurlijk bleef dit niet onopgemerkt door Lugas, en op een dag kwam hij met Cornelis aan de praat over de duiven. Cornelis vertelde dat hij
graag een stel duiven zou hebben en al snel kreeg hij van Lugas een paar jongen, die een onderkomen kregen op de boerderij. Het waren dan wel
geen echte postduiven (kruising sier- x postduiven), maar de liefde tussen Cornelis en de duiven nam een vlucht die nog steeds niet ten einde is.
Na zijn tienerjaren startte Cornelis een bedrijf in de boerenindustrie, een bedrijfje dat al snel uit zijn voegen knapte, en Cornelis werd o.a.
importeur van Mariman voer in Nederland.
Op zijn 35 was Cornelis toen aan meer vastigheid in zijn leven en met zijn jeugdvriendin Jantje Keen stichtte hij een familie. Vier kinderen
kregen ze, allen jongens. In het begin toonde één der zonen Jaap interesse in de duiven, maar al vlot ebde dit weg. De geboorte van de vierde
zoon, Gerard, op 18 februari 1955, betekende opvolging in de duivensport, . . . Want Gerard bleek de liefde voor de duiven met zijn vader te
delen.
De combinatie Van jongs af aan bleek Gerard gefascineerd door de gevleugelde vrienden. Dit maakte de band tussen vader en zoon zo hecht, dat er
al snel een combinatie werd gevormd en duivensport werd ineens heel serieus opgepakt. Het kreeg zelfs de prioriteit in huize Koopman en gesteund
door moeder Jantje, werd met volledige toewijding hun zinnen gezet op vitesse en midfond. De mannen deden hun huiswerk en de conclusie was dat om
mee te draaien in de absolute top van de duivensport, de Janssen duiven uit Arendonk eigenlijk onontbeerbaar waren. Dus daarom werd met zorg op
zoek gegaan naar de beste Janssen duiven deze werden een nieuw onderkomen verschaft in Nieuw Amsterdam.
Duiven ras
De eerste Janssens
Na de duivensport grondig geanalyseerd te hebben en geconcludeerd te hebben dat de Janssen duiven de beste duiven zijn voor de snellere vluchten,
startten Cornelis en Gerard en zoektocht naar deze duiven. De eerste Janssens kwamen van een Eefdese (vlakbij Zutphen) liefhebber, Anema genaamd,
die destijds een geweldige kolonie rechtstreekse Janssen duiven bezat. Koopman kocht daar een stel eieren en uit één van die eieren kwam de super
doffer NL73-11883 'De Schallie'. Deze 'De Schallie' werd gekweekt uit de 'Blauwe 110', wiens voorouders terug leiden naar legendarische duiven
als 'Wondervoske', 'Bange van 51' en de 'Oude Schouwman'.
Uit 'De Schallie'
kweekten de Koopmannen enkele geweldige vliegers en toen hij gepaard was met een Desmet Mathijs duivin, werd de beroemde duif 'De Kneet'
gekweekt. Deze doffer, genoemd naar de beroemde wielrenner Gerrie Kneeteman, won eerste prijzen tegen een gemiddelde van 2.000 duiven vanaf 3
verschillende vluchten en werd daarna een top kweker.
Ook werd 'De Schallie' gekoppeld met een kleindochter van Louis van Loons 'Malie 66' en deze koppeling bleek aan te slaan; de magnifieke doffer
NL79-393277 'Vooruit' werd hieruit gekweekt. Deze doffer won the prestigieuze titel Beste vitesse duif van Nederland 1981 met een geweldig
palmares aan top prijzen. Deze doffer leerde hen later een wijze les. Op de fondvlucht Chateauroux (750 km) werd hij ingekorfd en dit werd zo'n
lastige vlucht, dat de doffer nooit meer huiswaarts keerde. Dit zou de Koopmannen nooit weer gebeuren! Als er nu een duif uitblinkt in
prestaties, verdwijnt hij als de wiede weerga naar het kweekhok.
'De Schallie' bewees een exceptioneel kweker te zijn hij kweekte menig top duif. Hij staat aan de basis van een lange reeks successen, die
destijds niemand, ook de Koopmannen niet, kon bevroeden. Zoals in hun karakter vastgelegd, ging de combinatie altijd op zoek naar super duiven en
vanwege hun liefde voor Janssen-duiven, leidde hun zoektocht naar vermaarde liefhebbers. In eerste instantie naar de grootmeester Louis van Loon
uit Poppel en later, na een aantal kilometer doorgereden te zijn, naar de coryfeeën, de gebroeders Janssen zelf.
Gewapend met een volle portemonnee, verdiend met hard werken in hun succesvolle zaak, waren de Koopmannen nooit op zoek naar 'tweederangs'
duiven. Bij de Janssens wisten ze zelfs de duivin B81-6116734 'The Golden Pigeon' te bemachtigen, die later uit zou groeien tot één van de beste
kweeksters uit de Nederlandse duiven historie. Ze was een dochter van de 'Late Blauwe' (zoon 'Geeloger van 79') x 'Goede Duifke van 72' (uit de
fameuze 'Jonge Merckx'. De duiven die op die dag bij de gebroeders Janssen en Louis van Loon werden gehaald, laten nu nog hun sporen na in de
afstammingen van de hedendaagse top duiven van de familie Koopman. Deze aankopen waren begin jaren '80, maar hun jacht op topduiven eindigde niet
bij deze twee liefhebbers . . .
Andere bloedlijnen
Cornelis en Gerard hoorden van een hok duiven dat geheel te koop zou komen, deze duiven waren van Herman Ameln, die wilde stoppen met duiven.
Koopman wist dat deze man een geweldige duif had, genaamd 'De 48'. Deze doffer had een surplus aan kwaliteiten en hij won vele, vele prijzen.
Gerard wist dat ze deze duif moesten kopen. Toen Gerard tijdens de openbare verkoop een bod uitbracht op deze doffer, liepen de rillingen hem
over de rug. Toen hij weer wat bijkwam, was de koop al gesloten en 'De 48' vond een nieuw onderkomen
bij Cornelis en Gerard. Ze wisten dat ze werkelijk iets extra's hadden aangeschaft, want 'De 48' was niet alleen een super vliegduif, in de kweek
toonde ze ook aan over ongekende kwaliteiten te beschikken.
De origine van deze superstar toont weer de Janssen duiven, zijn vader komt uit de Arendonkse lijnen en zijn moeder komt direct uit de lijnen
van het legendarische 'Kanon' van wijlen Wout Smeulders. 'De 48' kweekte geweldige vliegduiven, vooral toen hij gekoppeld was aan 'The Golden
Pigeon'. Met deze duivin kweekte hij de fabelachtige doffer 'De Zitter'. Deze duif leek de vluchten op zijn gemakkie te winnen, enkele van zijn
beste prestaties zijn: 1e Den Bosch 4.550 duiven, 1e Strombeek 2.788 duiven, 2e Venette 6.369 duiven, etcetera.
Naast een top vliegduif bleek hij unieke kweek kwaliteiten te bezitten. Onder een lange lijst top kinderen die hij voortbracht, is o.a. 'Ons
Louis', winnaar 1e Bourges 7.688 duiven.
Waarschijnlijk de beste duif die uit het super koppel 'De 48' x 'The Golden Pigeon' werd gekweekt, is de 'Beatrixdoffer'. Deze geweldenaar won
1e St. Ghislain tegen 10.828 duiven plus een groot aantal andere top prijzen. Daarnaast heeft hij een vooraanstaande plaats in de
stambomen van vele huidige Koopman coryfeeën. Twee andere duiven die werden gekocht tijdens een tripje naar België waren 'Raket van 84', direct
via de gebroeders Janssen - Arendonk, en de 'Blauweband vet 519' van Louis van Loon. De 'Raket van 84' werd gekweekt uit Janssens 'Jonge Raket
van 76'.
De combinatie Koopman paarde deze twee duiven aan elkaar, en ook al wisten ze het toen nog niet, geschiedenis werd daarmee geschreven. Want zij
kweekten één van de alltime-sterren 'De Eric'. Deze doffer kan worden bestempeld als de stamduif van de hedendaagse Koopman duif, in 1988 werd
hij gekweekt, hij won: 1 Uden 15.511 d., 1 Beek 14.881 d., 1 St. Ghislain 2.206 d. Maar als zijn prestaties als vliegduif al als super worden
gezien, zijn capaciteiten als kweker waren zelfs nog meer fabelachtige. In 1992 werd hij op de kweek gezet, en hij liet zijn spoor na, met
geweldige nazaten als 'De Sultan' (1 - 15.750 d.) en 'De Gentil' (Olympiade duif Basel 1997, 1 - 4.006 d., 2 - 4.333 d., 4e - 10.997
d. en 6e - 4.545 d.), later een ongelofelijke kweker. Deze duiven worden benadrukt om een indicatie te geven waar de duiven van
afstammen en van hun invloed op de hedendaagse Koopman-kolonie.
De Koopman duiven tonen zich echt als een echte stam. Allemaal dezelfde grootte en vorm, appelvormige lijfjes met goede spieren, heerlijk zachte
veren en een goede balans. In het kort, ze zijn echte vlieg-machines, gebouwd om goed te presteren op elk niveau op vluchten tot 0ngeveer 700 km.
De Koopman duiven hebben veelal dezelfde kleur, veel lichte krassen en blauwen met een tikkeltje lange vleugel en korte voorarm. De snelheid
lijkt er dan ook werkelijk ingestampt.
Nieuw huis, nieuwe hokken
In 1997 verhuisde Gerard naar zijn huidige adres in Ermerveen, op dit adres worden tegenwoordig de vliegduiven gehuisvest. De kwekers zitten nog
bij Cornelis in Nieuw Amsterdam, maar op korte termijn zullen ook deze naar Gerard in Ermerveen verdwijnen, want gezien zijn leeftijd is het
allemaal een beetje te veel voor Cornelis. Gerard vindt dat nu zijn vader een dagje ouder wordt, hij het hem zo makkelijk mogelijk moet
maken.
De hokken bij Gerard zijn ultra modern, gemaakt van steen en van binnen bedekt met hout. Gerard vindt het van belang dat er echt hout is
gebruikt in plaats van triplex. Omdat dit volgens hem te veel lijmdampen afscheidt. Het weduwnaarshok is ongeveer 15 meter lang en 2,5 meter
diep, verdeeld in 6 afdelingen. Die onderdak bieden aan zijn vliegbestand van 70 jaarlingen, oudere weduwnaars en vliegduivinnen. Voor het hele
front van het hok is een ren geplaatst, zodat er voldoende frisse lucht in het hok kan komen, wat vooral van belang is als de duiven gekoppeld
zitten en jongen grootbrengen. De kwekers worden normaal eind december gekoppeld en de weduwnaars begin januari, ook al kan dit licht variëren
per jaar.
De duiven moeten nu binnenlopen door smalle poortjes, sinds er elektronisch geklokt wordt, Onder het dak is een 4 cm dikke laag isolatie
materiaal geplaatst, wat volgens de Koopmannen belangrijk is omdat er al vroeg in het seizoen met de vluchten wordt begonnen . In april, en
Cornelis en Gerard willen niet het risico lopen op koude als het dan buiten nog vriest, wat volgens hen dodelijk kan zijn voor de komst van de
vorm van de duiven.
|