|
Marcel Sangers, Zutphen
De Nederlandse duivensport staat op een punt dat een heel stel jonge, ambitieuze liefhebbers de gevestigde namen aan de top
aflossen. Gevrijwaard van traditionele ideeën blijken zij hun tijd vaak ver vooruit te zijn en domineren ze haast wekelijks in hun kring of
regio. Één van de pioniers op dit vlak is Marcel Sangers, die met grootse prestaties de top van de duivensport besteeg en ondanks zijn jonge
leeftijd al tot de gevestigde orde is gaan behoren. In aan drietal afleveringen zal Marcel’s verhaal de revue passeren, . . .
Velen noemden Marcels verhaallijn in het duivenmelkerwereldje een sprookjesboek. Ook al blijft hij daar zelf nuchter onder, vele kenmerken heeft
het er zeker van weg. Als jonge jongen beginnen met duiven vangen en later Nationaal kampioen worden . . . het heeft minstens de schijn van een
droomscenario. Maar ook bij Marcel ging het halen van de top niet zonder slag of stoot.
Op de brug . . .
Voor het eerst in 1980 begon Marcel zich voor postduiven te interesseren. Via zijn opa, zelf duivenmelker, kreeg hij het duivenmelkersschap
ongetwijfeld al vast mee in zijn genen, toch was het niet deze die Marcel enthousiast maakte voor duiven. In Marcels jeugdjaren maakten enkele
tieners er een sport van om stadsduiven van de oude spoorbrug over de IJssel in Zutphen af te vangen. Zo ook een buurjongen van Marcel, die hem
meenam en al snel werd Marcel vaste assistent van zijn buurjongen.
Omdat Marcel zijn oog had laten vallen op een koppeltje mooie bonte duifjes, werd deze hem geschonken. Marcel leefde destijds op een flat met
zijn broer en zus, ruimte voor een duivenhokje was er natuurlijk niet. Twee broedhokken werden op elkaar gestapeld en dit primitieve onderkomen
op het balkon 2 hoog vormde Marcels eerste hokje. Marcel ging al regelmatig kijken bij duivenmelkers in de buurt en was gefascineerd door de
gevleugelde vrienden . . . hij moest en zou zelf ook een hokje met duiven krijgen om mee te doen aan de wedvluchten. Omdat het leven op een flat
hier de mogelijkheid niet toe bood, bood oma aan de Vijfmorgenstraat uitkomst . . .
De Vijfmorgenstraat
Bij oma in de tuin werd het eerste duivenhokje gezet; niet van de meeste luxe voorzien (tien deuren aan elkaar gespijkerd), maar het bood wel
onderdak aan 7 koppels duiven, Marcels eerste serieuze stappen in de duivensport werden gezet. Bij plaatsgenoot Bennie Schrijver werden 10
duifjes gehaald en ook buurtgenoot Karel Hulleman was met 4 duifjes behulpzaam. Aan deze duiven beleeft Marcel goede herinneringen, die periode
was voor hem één van de mooiste uit de zijn carrière, misschien niet de meest succesvolle, maar het was wel de hobby beleven in de zuiverste
vorm.
,,Eerst had ik de duiven bij mijn oma, daarna gingen we er zelf wonen en kwam het hokje bij ons thuis in de tuin te staan. In die tijd was de
Vijfmorgenstraat een duivenbolwerk in de kring Zutphen. Er zaten wel zo’n 20 liefhebbers, met o.a. namen als Toon Koot, Joppe Steenbergen, Henne
Rabelink, Henne Keizer, Willem de Wilde, in die tijd echt goed vliegende liefhebbers. Als de duiven dan kwamen, zaten we met z’n allen op een
grote bult in de wijk waar vanaf je de duiven perfect aan kon zien komen. Ik zat dan als klein mannetje tussen die ‘gevestigde namen’, als het
eerste duifje wat dan viel voor mij was -wat al wel af en toe gebeurde- voelde ik me echt heel wat . . . En je kan je wel voorstellen hoe
gezellig het is als je met zo’n groep samen de duiven opwacht; onvergetelijk. Nu ben ik nog de enige actieve duivenmelker in de Vijfmorgenstraat
. . . helaas een beetje typerend voor de duivensport.’’
Een paar jaren zonder
In 1986 noodzaakte de dienstplicht de 18-jarige Marcel zijn inmiddels grote liefde, de duivensport, op een laag pitje te zetten. Misschien was
deze onontkoombare stop wel een beetje het keerpunt in Marcels duiven loopbaan, want tot dan toe was het niet meer dan hobbyen wat hij deed. Bij
terugkomst uit dienst in 1988 keerde Marcel niet terug naar de Vijfmorgenstraat, met zijn vrouw Christel ging hij op zichzelf wonen, elders in
Zutphen. Naast deze liefde werd ook de liefde voor de duiven nieuw leven ingeblazen, een hokje werd er al snel gebouwd en het duivenmelkerschap
werd meteen weer opgepakt, alsof het nooit gestopt was.
Één kleine, maar niet onbeduidende wijziging was er wel. Naast plezier hebben in de hobby, wat bij Marcel altijd bovenaan is blijven staan, werd
de prestatiedrang toch ook wel steeds groter. Marcel besefte terdege, dat goed meevliegen in de kring Zutphen (CCZ) alleen mogelijk zou worden
met top klasse duiven. Want de bezetting aan liefhebbers was die tijd niet gering, vele topliefhebbers kenden begin jaren ’90 hun topjaren,
zoals: de familie Eijerkamp, Bertie Camphuis, Cees Suykerbuyk, Ferry van Loo, Comb. Roording, Alwin Petrie, Peter van Osch, Karel Franken, Gerard
Suykerbuyk, Jan Suykerbuyk, Adrie Heuvelink . . . Allemaal namen die op Nationaal niveau hun stempel op de sport drukten en enkelen hiervan doen
dat nog immer.
,,Ik wist dat het lastig zou worden me te meten met al deze namen, maar het had voor mij wel een voordeel . . . ik hoefde in ieder geval niet
ver te zoeken voor topduiven. Ik wist van mezelf dat ik bereid was alles te doen en te laten voor de duiven, maar alleen goede wil is niet
genoeg, je moet ook wel een goed duivenbestand hebben natuurlijk. En als je zoveel kwaliteit om je heen hebt, ben je wel gek ver te gaan zoeken.
Opvallend was dat vooral de Camphuis duiven het zo goed deden die tijd, bij hemzelf natuurlijk, maar vooral ook bij anderen . . . Daarom moest en
zou ik mijn hok vol krijgen met dit klasse materiaal, koste wat kost.’’
Camphuis-duiven aan de basis
De eerste grote mogelijkheid die Marcel zag om zich danig te versterken met de Camphuis duiven was op een openbare verkoping van de Eefdese
grootmeester in Zevenaar. Die verkoop was in 1990, vlak nadat Bertie het vitesse en midfond kampioenschap van Nederland had behaald en met zijn
toppers, de broertjes ‘Wonderboy 05’ en ‘Wonderboy 06’, de 2e en 4e asduif van Nederland WHZB in bezit had. Uit deze lijnen haalde Marcel enkele
rassige vogels, maar natuurlijk ook uit de ‘oudere’ Camphuis-lijnen van ‘Fameuze 05’ (Beste midfond duif van Nederland WHZB 1981) en ‘James Bond’
(Beste midfond duif van Nederland WHZB 1984) verhuisden nazaatjes naar Zutphen.
Enkele raspaardjes die Marcel in die periode bemachtigde, hebben nog directe invloed op het succes van de laatste jaren. Zo haalde hij in
Zevenaar de duivin NL90-1927068 dochter ‘Super 24’ (zoon van het Krom koppel). Deze duivin is moeder van ‘Young Gun’, beste vitesseduif van
Nederland 1999 op de Vredesduifparade. Bij de andere hedendaagse Sangers toppers zijn de aanwinsten uit de periode begin jaren ’90 in tweede of
derde generatie ook allemaal weer terug te vinden.
Een sterke basis voor succes, zo zou later blijken. Ook via vriend Peter van Osch kreeg Marcel een aantal duiven, vooral een zoon van diens
topduif ‘Asduif 43’ (door Marcel de ‘Super Kweker’ genoemd) veroverde zijn plek in de Sangers-colonie. ‘Asduif 43’ was over drie jaren de beste
doffer van Nederland WHZB, geen officiële titel, maar drie jaar op rij tot de beste duiven Nederland behoren, is de eer meer dan waard. Marcel
vergaarde destijds ook bekendheid door op vele bonnenverkopingen de bon van Bertie Camphuis te kopen, met deze aanwinsten werd de gouden basis
steeds breder.
Met sprongen omhoog
Het zal niet verbazen dat de komst van deze gerenommeerde duiven, gecombineerd met Marcels grote dadendrang en ‘fingerspitzengefühl’, al snel
zijn vruchten afwierp. In de vereniging PV De Hoven, volgens Marcel nog een goed voorbeeld van gezellig duiven melken met elkaar, werd Marcel al
vlot de te kloppen man. Duiven als ‘Vale 08’ (3 x 1e, 3 x 2e) en ‘De Stip’ (2 x 1e) waren al ware toppers in de vereniging en later bleek ook de
‘De Sprinter’ (via Peter van Osch) met 3 x 1e een echt goed duifje! Vanaf die jaren hoort Marcel ook onafgebroken tot de kampioenen,
later zou dit van vereniging naar Nationaal verband gaan . . .
De laatste stap die Marcel nog nodig vond te maken op dat moment, was het verbeteren van zijn accommodatie. Toen in 1995 de mogelijkheid kwam
voor Marcel, Christel en hun zoontje Brian om een huis in de Vijfmorgenstraat te kopen, waar Marcel zo veel mooie momenten had liggen, was de
keuze niet moeilijk. Dit betekende misschien een jaar wat rustig aan doen met de duiven, maar Marcel creëerde zijn eigen duiven paradijsje in de
tuin en alle ingrediënten waren aanwezig om de definitieve sprong naar de top te maken . . .
Het eerste grote succes aan de Vijfmorgenstraat volgde ook al snel. In 1996 werd met verve het jonge duiven kampioenschap in de ijzersterke
kring Zutphen behaald. Marcel had (en heeft) sowieso een voorliefde voor het spel met de jonge garde en in ’96 was hij op dit onderdeel
ongenaakbaar. Met dit kampioenschap vestigde Marcel zijn naam voor het eerst tussen de grote namen in de CCZ, de top was voor eerst bereikt en de
prestatiereeks had definitief een positieve wending genomen . . .
Inmiddels weten we dat de wending die Marcels duiven loopbaan vanaf dat moment nam, heeft geleid tot schitterende resultaten. Volgende week het
hoogtepunten, zijn prestaties van 1998 tot heden ...
Hier boven kreeg u een kijkje in de voorgeschiedenis die Marcel Sangers leidde naar de status van top liefhebber die hij inmiddels ruimschoots
heeft verworven. Vooral in de periode 1998 tot heden werd deze status definitief gevestigd. In deel 2 belichten we deze successen en Marcels
verhaal er omheen . . .
De geschiedenis van het hok Sangers leerde dat sinds de introductie van de Camphuis-duiven Marcels ster snel rees. In 1995 verhuisde Marcel naar
de Vijfmorgenstraat, waar hij nu nog woont. In 1996 werd direct het jonge duiven kampioenschap in de sterke kring Zutphen gewonnen. Destijds een
ongekend hoogtepunt, maar die hoogtepunten werden van een nog veel hoger kaliber . . . Van regio, naar afdeling en Nationaal niveau. De voorbode
voor het succes was Marcel huidige topkweker, de zeer bekende ‘Tommy Gun’.
Unieke doffer op de vitesse
Van de jonge kampioenen kolonie uit 1996 viel één doffer al snel op, de schitterende blauwe NL96-1744040 ‘Tommy Gun’. Als jonge duif deed hij al
van zich spreken door in PV De Hoven 2 x 1e prijs te winnen. Als jaarling voegde hij daar 9 prijzen met 3 eerste prijzen aan toe. Top
jaar voor deze doffer werd toch wel 1998. Hij won toen niet minder dan 12 prijzen en vooral op de vitesse blonk hij uit. Louter top klasseringen
vielen hem ten deel en in regio 4 van afdeling 8 (ong. 750 leden destijds) werd deze geweldenaar uitgeroepen tot beste vitesseduif. Zes maal
vloog deze geweldenaar zich binnen de top 10 in de kring Zutphen tegen duizenden duiven, in de vereniging won hij 8 x 1e en 3 x
2e achter een hokgenoot. ,,Mijn eerste echte topper,’’ zegt Marcel. ,,Als er mensen bij me kwamen kijken, verbaasde Tommy Gun ze
altijd. Je moest echt goed opletten, anders miste je hem, met zo’n vaart kwam die doffer aansuizen. Hij remde pas net voor de klep, ik had
regelmatig het idee dat hij dwars door de voorgevel van het hok zou knallen. Zo’n drang naar huis had het beestje.’’ ,,Dat snelle binnenlopen was
niet altijd even voordelig meer toen in 1999 elektronisch constateren zijn intrede deed. Tommy Gun was gewoon enkele malen te snel voor het
systeem, moest ik hem er nog een keer overheen halen. Maar voor zo’n topper heb je dat graag over.’’ ‘Tommy Gun’ werd gekweekt uit de ‘Super
Kweker’ (zoon ‘Asduif 43’ van Peter van Osch) x een Camphuis duivin, ingeteeld naar de lijn van ‘Goede 612’, Wout Smeulders. ‘Tommy Gun’
verhuisde in 2000 naar het kweekhok, Marcel beschouwt hem inmiddels als zijn stamduif en topkweker, er kwamen al vele goeden van in meerdere
generaties! En opvolgers op het vlieghok stonden immers al te popelen hun kunnen te tonen. Reeds in 1999, wat een super jaar!!!
Nationale glorie voor ‘Young Gun’
Met ‘Tommy Gun’s geweldige prestaties in 1998 liep Marcel helemaal warm voor de vitesse en midfond. In 1999 moest en zou hij schitteren op deze
onderdelen. Op de vitesse manifesteerde zich al snel een jaarling doffer met nummer NL98-2238030. Als jonge duif had deze kras al 2 x
1e en een 3e prijs in de vereniging gewonnen, op de vitesse trok hij 1999 al direct van leer . . . Hij miste niet en toen
hij na de vitesse al een palmares met o.a. 1e - 7.004 d., 6e - 2.754 d., 9e - 2.653 d., 14e - 2.525
d. op zijn naam had, wist Marcel dat hij wat extra’s in handen had. De 030 had alle Camphuis toplijnen van ‘Fameuze 05’, ‘Wonderboy 05 en 06’,
‘Commander Bond’, ‘Super 24’ in zijn stamboom verenigt. Vanwege zijn nog jeugdige leeftijd werd hij omgedoopt tot ‘Young Gun’. ,,Als jonge duif
deed Young Gun het al erg goed, toen hij zo sterk begon als jaarling, was zijn naam natuurlijk al snel gemaakt. Iedereen in de kring sprak over
mijn jaarling. Ik heb het volledige programma met hem afgewerkt, hij won in totaal 17 prijzen, met onder andere nog een 8e tegen 3.478
d. op de midfond en 1e tegen 6.624 d. en 4e tegen 8.053 d. op de natour erbij Toen had ik ook in de gaten dat hij het wel
eens goed zou kunnen doen in de asduif competities.’’ En dat gebeurde, in de prestigieuze Vredesduifcompetitie werd ‘Young Gun’ gekroond als
beste vitesseduif van Nederland en op de Versele Lage wereldkampioenschappen 1999 was hij in de categorie sprint de beste jaarling. ,,Mijn geluk
kon natuurlijk niet op, vooral omdat ook ‘Top Gun’ op dat moment al de beste van Nederland was gebleken op de midfond.’’ Zeker uniek, want naast
de geweldige vitesse duif ‘Young Gun’, had Marcel in 1999 nog een weergaloze topper op zijn hok . . .
‘Top Gun’ uit de schaduw
Op de vitesse trok ‘Young Gun’ in 1999 alle aandacht naar zich toe, toch wist de toen al 5 jarige doffer NL94-7012987 ‘Top Gun’ uit zijn schaduw
te treden. Tot 1999 had deze doffer al wel 47 prijzen gewonnen met 16 x in de top 10 en 3 x 1e. Het niveau wat hij in mei en juni 1999 haalde was
werkelijk ongelofelijk. Vijf top 10 noteringen in de regio (gemiddeld 4.000 duiven) haalde hij, met o.a. 1e tegen 3.298 d.,
2e tegen 3.189 d., 5e tegen 5.215 d., 7e tegen 3.478 d., 8e tegen 3.867 d. Een weergaloze serie voor
deze 100% Camphuis doffer, gekweekt uit ‘Xantia’ (uit zoon ‘Fameuze 05’ x zus ‘Wonderboys’) en ‘Schallie 573’ (uit broer ‘Fameuze 05’). ‘Top Gun’
werd door Marcel in 1999 met extra zorg aan de start van de midfond gebracht. ,,Het was altijd al een zeer tamme doffer, als ik in zijn broedhok
klopte, kwam hij naar me toe. Aandacht was hij verzot op. Daarbij was hij heel fel, dat ik hem in 1999 op de midfond probeerde extra te
motiveren. Ik zette hem dan in de mand, met zicht op zijn broedhok. Een andere doffer mocht dan met zijn duivin paraderen. Natuurlijk werd ‘Top
Gun’ dan opgefokt, en zo korfde ik hem dan gewoon in . . . ik had trouwens wel het geluk dat ‘Top Gun’ telkens vroeg zat op data die telden voor
de Nationale competitie.’’ ,,Ik wist eigenlijk wel dat ‘Young Gun’ in de Vredesduifcompetitie hoge ogen ging gooien,’’ aldus Marcel. ,,Toen eind
1999 echter al duidelijk werd dat ‘Top Gun’ zelfs de beste midfond duif NPO van Nederland was, sloeg mijn hart toch wel over. De beste vitesse-
en midfond duif van Nederland, weliswaar in verschillende competities, maar dat is toch een droom. Ineens sta je daar tussen al die grote namen
op de prijsuitreikingen en ben je zeg maar één van hen. Dat is dan echt loon naar werken, geeft echt een goed gevoel.’’ In het voorjaar van 2000
werden ‘Young Gun’ en ‘Top Gun’ verkocht naar Engeland. Iets wat Marcel nu niet meer zou doen, maar destijds had hij eigenlijk geen keuze. Het
geboden bedrag was in die tijd voor Marcel dusdanig hoog, dat het risico om de duiven op de vluchten te verspelen te groot was. ‘Young Gun’ had
misschien nog wel een toekomst voor zich, maar zijn broer ‘Arrow’ (die ook al 5 eersten had gewonnen) werd op een onbeduidend vluchtje in 1999
verspeeld. Diep van binnen had Marcel toch een beetje angst dat 'Young Gun' hetzelfde lot beschoren zou worden. En wat betreft ‘Top Gun’, die was
al vijf jaar en had net zijn hoogtepunt beleefd, zoiets dergelijks kon hij nooit meer evenaren. Het risico om de doffers te houden was voor
Marcel dus gewoon te groot. Erg belangrijk natuurlijk is dat Marcel dan wel deze twee toppers kwijt raakte, maar de basis zat steviger als ooit
in Zutphen . . . in 2000 werd duivenminnend Nederland hier al direct weer mee geconfronteerd.
2000; het jaar van de dagfond successen . . .
Een ambitieuze liefhebber wil zijn duiven zien schitteren op zo veel mogelijk disciplines. Omdat Marcel er van overtuigd was dat zijn vliegploeg
niet alleen het ‘snellere werk’ onder controle had, maar ook op de dagfond uitstekend uit de voeten kan, werd in 2000 de nadruk gelegd op dit
onderdeel. De reuk van Nationale roem was dusdanig goed, dat Marcel trachtte hoge ogen te gooien op dit podium. Daarvoor moest op drie vluchten
worden uitgeblonken, en dat zou de Sangers equipe zonder meer doen. Vooral de twee kopstukken ‘Eagle Eye’ en ‘Shot Gun’ lieten zich in 2000 van
hun beste kant zien. Beide doffers stonden op de dagfond vluchten boven aan de poulebrief; en ze lieten hun baasje niet in de steek. Op de
volgende drie vluchten haalde Marcel het Nationale kampioenschap eendaagse fond in 2000 binnen: 20-5 Orleans (560 km) 18.184 duiven 8e
(‘Shot Gun’) 161e (‘Eagle Eye’) 11-6 La Ferte Bernard (592 km) 9.889 duiven 23e (‘Eagle Eye’) 38e (‘Shot Gun’)
8-7 Vierzon (622 km) 8.015 duiven 12e (‘Eagle Eye’) 149e (‘Shot Gun’)
‘Eagle Eye’ en de kroon op het seizoen
Uit bovenstaande klasseringen blijkt al wel de geweldige kwaliteit van de doffer NL98-2238017 ‘Eagle Eye’. Hij liet zich vooral in 1999 op niet
mis te verstane wijze zien op de dagfond. Na de 12e Nat. NPO op Vierzon en de 23e Nat. NPO op La Ferte Bernard, volgde echter nog een grandioos
hoogtepunt voor deze vale doffer. ,,Ik weet de datum nog precies, het was 22 juli, Chateauroux. Ik wist al zeker dat ik hoog zou eindigen in de
Nationale competitie, maar voor het kampioenschap in de afdeling moest ik nog wel een keer vroeg zitten. Iedereen raadde me aan niet te spelen,
omdat het heel warm zou worden en men vond dat ik toch al binnen was, ze waren bang dat ik goede duiven zou verliezen. Maar ‘Eagle Eye’ trainde
zo hard door de week, dat hij er om vroeg ingekorfd te worden. Hij had natuurlijk al bewezen in een blakende forme te steken, de verwachtingen
waren dus hoog gespannen.’’ ,,We kregen te horen dat er om 17.45 uur een duif zat in Wageningen (30 km korter), een aangezien ze 1000 mpm
maakten, zou ik vroeg zitten als ik rond 18.15 uur zou draaien. Er werd nog druk gerekend achter het huis, toen om 17.53 de vale doffer met een
knal op de klep viel. Hij moest wel vroeg zitten!! In de kring alleen al bleek hij een kwartier los te zitten en in de avond belde een
afdelingsfunctionaris dat het de 1e Nat. NPO was . . . dan kan je het wel uitschreeuwen van geluk, dat heb ik dus ook maar gedaan . .
. Later dat jaar werd ‘Eagle Eye’ uitgeroepen tot beste dagfond duif bij de vredesduif competitie van Nederland, een dubbele bekroning op een
miraculeus seizoen voor deze geweldenaar. Het is ook niet vreemd dat ‘Eagle Eye’ weer stamt uit de beste lijnen die Marcel op zijn hok heeft
zitten. Zijn vader is gekweekt uit ‘Xantia’ (zie ‘Top Gun’) x ‘Schone Lichte’ (inteelt ‘Fameuze 05’). Moeder van ‘Eagle Eye’ is een volle zus van
‘Tommy Gun’.
‘Shot Gun’ super op de dagfond!!
Waar ‘Eagle Eye’ de grote aandacht op zich vestigde, is de krasdoffer NL99-1875046 'Shot Gun' zeker ook een doffer met een verhaal. In 1999
manifesteerde hij zich al als een klasse duif op de belangrijkste jonge duiven vluchten. In het inkorfcentrum tegen 296 duiven, zat hij op ‘de
derby der junioren’ Orleans 10 minuten los op nummer 2!! Nationaal betekende dit de 32e tegen 12.887 d. Twee weken later korfde Marcel
hem in op Etampes, een vlucht die telt voor de fondclub. In het inkorfcentrum Lochem, waar 154duiven aan de start verschenen, was hij de snelste
met een kwartier voorsprong, kopvliegen leek dus al in zijn bloed te zitten . . . ,,Na die twee top prestaties als jonge duif, had ik veel
vertrouwen gekregen in deze jaarling. En direct op Orleans haalde hij al teletekst, de 8e plek tegen 18.184 duiven. Met ook vroege
prijzen op La Ferte Bernard (38e Nat. NPO – 9.889 d.) en Vierzon (149e Nat. NPO – 8.015 d.) kreeg hij bijna net zo’n groot
deel in het Nationale dagfondkampioenschap als ‘Eagle Eye’. Ik speel Shot Gun nog steeds, in 2002 won hij onder andere nog de 83e Nat.
NPO Bourges tegen 10.136 duiven. Zonder twijfel één van de paradepaardjes van mijn hok.’’ ‘Shot Gun’ is van vaderskant ingeteeld naar de lijnen
van ‘Wonderboy 05’, van moederskant is een doffer via Peter van Osch gekruist met de oude lijnen van ‘Fameuze 05’.
Vicieuze cirkel
Een mooie vicieuze cirkel dus, die Marcel Sangers inzette in 1996 met het behalen van het jonge duiven kampioenschap tot het Nationale dagfond
kampioenschap. Deze cirkel lijkt Marcel in 2001 weer nieuw leven in te hebben geblazen. Zijn jonge garde, dit jaar geleid door Marcel in directe
samenwerking met zijn vrouw Christel, bleek niet te kloppen in de afdeling GOU en het 1e onaangewezen kampioenschap op dit hoge platform werd
glorieus behaald . . . een tussenstation voor nieuwe Nationale roem??
Het lijkt er wel op, want uit de jonge garde die in 2001 voor Marcel Sangers het afdelingskampioenschap behaalde, stond al een nieuwe crack op;
‘Lazer Gun’. Nu stellen we deze nieuwe topper aan u voor en komt Marcel aan het woord over zijn idee van de hedendaagse duivensport . . .
Één van de toonaangevende namen in de mondiale duivensport van de laatste jaren is zonder meer Marcel Sangers. Hij is het lichtende voorbeeld
van een nieuwe generatie duivenmelkers die de gevestigde orde doet sidderen. De afgelopen weken werd de historie achter Marcels succes en zijn
top kampioenschappen belicht. Nu gaan wij in Marcel Sangers story zijn nieuwe talent voorstellen en gaat de 'Dutch Wonderboy' dieper in op de
methoden achter zijn succes . . .
Hier boven eindigde met Marcels vicieuze cirkel: Jonge duiven kampioen - Nationale asduiven - Nationale overwinning - Nationaal kampioen - Jonge
duiven kampioen . . . de cirkel was rond. In 2002 consolideerde Marcel zich moeiteloos aan de top met weer een aantal aansprekende
kampioenschappen. In regio 2 van de afdeling GOU werd hij onaangewezen midfond kampioen. In de prestigieuze 'Gouden Duif' - kampioenschappen liet
hij zich ook weer van zijn beste kant zien, door maandwinnaar midfond in de maand juni en 1e Superstar van het jaar Nederland op de
midfond te worden. Ook klopte een nieuw talent op de deur, een nieuwe crack op het hok Sangers . . .
'Lazer Gun’; 3e Nationale Asduif jaarlingen 2002' in Nationale Spoor der Kampioenen competitie
De nieuwe sensatie op het hok Marcel Sangers en in de Nederlandse duivensport heet zonder twijfel NL01-1421120 ‘Lazer Gun’. Deze topdoffer
ontkracht in één stoot de bewering van menig liefhebber dat duiven na een succesvol jaar als jonge duif hun beste tijd hebben gehad. 'Lazer Gun'
maakte al naam als jonge duif, met topklasseringen als 1e Chantilly 8.734 d., 5e Peronne 11.575 d., 18e St.
Ghislain 7.582 d., etc. Zijn zegereeks als jaarling was misschien nog wel indrukwekkender. De beste prestaties van 'Lazer Gun' in 2002 liegen er
niet om. Met het volgende rijtje lijkt hij hard op weg om bij de beste jaarlingen van Nederland te eindigen in de competitie The Best Of The Best
van het Spoor der Kampioenen: 1e - 1.485 d., 4e - 5.229 d., 5e - 9.667 d., 8e - 5.645 d.,
33e - 9.888 d., 43e - 2.173 d., 46e - 11.591 d., 49e - 7.386 d., 89e - 11.043 d., etc.
Marcel is allicht zeer in zijn nopjes met deze witte raaf. ,,Als jonge duif deed hij het al fantastisch, bij deze doffer had ik eigenlijk geen
twijfel dat hij het als jaarling door zou trekken. Hij traint altijd voorbeeldig, lijkt wel de rest van de vliegploeg op sleeptouw te nemen. Dat
hij een product is van mijn eigen stamvorming, maakt me helemaal trots . .'' Vader van deze geweldenaar is een rechtstreekse zoon van Marcels
supercrack ‘Top Gun’; ‘Lazer Gun’s moeder is een rechtstreekse dochter van de andere topper ‘Young Gun’. ‘Lazer Gun’ is dus een kleinzoon van
zowel de beste vitesse- als midfondduif van Nederland 1999. Een betere kruising is natuurlijk niet denkbaar, het feit dat de ‘oudere’ asduiven
hun super genen doorgeven aan de nieuwe generatie is een bewijs van Marcels wel doordachte stamvorming. De stamboom toont dat deze gouden
Camphuis-lijnen een beetje zijn aangevuld met de beste lijnen van Ferry van Loo, Peter van Osch en Henk Gerritsen. Net dat beetje extra finesse
dat Marcels duiven onderscheidt van de rest.
Marcel aan het woord . . .
Nu al Marcels beste prestaties, zijn historie en stamvorming de revue zijn gepasseerd, wordt het tijd deze matador eens wat nader aan de tand te
voelen omtrent allerlei randzaken in de duivensport . . .
Marcel, je hebt nu ruim twintig jaar duiven en bent de laatste jaren niet meer uit de top van de uitslagen weg te denken. Wat denk je nou
zelf dat het grote geheim is achter jouw succes?
,,Of het echt een geheim is weet ik niet. Ik heb jarenlang hard gewerkt om goede duiven aan te kunnen schaffen, ben nooit bang geweest geld in
duiven te investeren. Dat is punt één. Daarnaast is duivensport mijn enige hobby. Als je meerdere hobby’s hebt, moet je je tijd daarover
verdelen. Ik denk niet dat je dan ooit uit zal blinken. Mensen denken soms dat het succes me aan komt waaien, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze
moeten niet vergeten, ik heb altijd alles gedaan en gelaten voor de duiven.
Hoe belangrijk acht jij de drie-eenheid hok-duiven-liefhebber??
,,Natuurlijk zijn al die drie voorwaarden noodzakelijk om goed te vliegen. Vele liefhebbers leggen hun absolute prioriteit bij de duiven.
Natuurlijk, van een tobber kan je geen topper maken, basis kwaliteit is vereist. En je moet feeling hebben voor de duiven, als je ze niet goed
aanvoelt, zal je ook nooit het optimale rendement uit de kolonie halen. Toch denk ik vaak dat de factor ‘hok’ wordt onderschat, ik vind dat heel
belangrijk. Je hoort heel erg vaak dat iemand stukken beter is gaan vliegen sinds hij zijn hok heeft veranderd. Ik denk dat er net als met
topliefhebbers en topduiven, ook maar een beperkt aantal top hokken zijn . . .’’
Beschrijf jouw hok situatie eens . . .
,,Ik vind het vooral belangrijk dat de hokken gezelligheid uitstralen. Achter mijn huis heb ik mijn eigen kleine duivenparadijsje geselecteerd,
‘Sangershof’. Voor mij straalt het een bepaalde knusheid uit, die ultramoderne megahokken niet hebben. Mijn weduwnaars (20 stuks) en jonge garde
(ca. 70 stuks) hebben beide een sectie van ongeveer 3 x 2 meter tot hun beschikking. De weduwduivinnen zitten in een hokje van 2,5 x 2 meter.
Mijn nieuwe kweekhok is ongeveer 2,5 x 4 meter, hierin zitten mijn 24 kweekkoppels.’’
Sinds vorig jaar vlieg je met doffers en duivinnen hé? Waarom ben je dat gaan doen en hoe bevalt het?
,,Dat klopt, ik heb jarenlang alleen traditioneel weduwschap gespeeld met 20 weduwnaars. Maar omdat ik toch vond dat je zo een beetje de
kwaliteit van de duivinnen verwaarloost, ben ik met twintig doffers en twintig duivinnen op totaal weduwschap gaan vliegen. Drie duivinnen
blijven thuis voor de doffers welke als eerste thuis zijn. Doffers houd ik niet thuis. Ik heb speciale weduwduivinnenhokjes gekocht in Duitsland.
Deze sluiten vanzelf als de duif erin gaat. De duivinnen komen alleen maar los in de morgen om te eten, dan sluiten ze zich weer op. Ik doe de
hokken weer open voor de dagelijkse training. Daarna mogen ze eten en drinken waarna ze zichzelf weer opsluiten. Last van aanparen heb ik
daardoor niet. In 2002 speelde ik voor het eerst op totaal weduwschap en mijn beste duivin (een 99er) won zestien prijzen van achttien vluchten.
Had ik alleen met doffers gespeeld dan had ik deze duivin nooit ‘ontdekt’. Op bepaalde vluchten kreeg ik enkel duivinnen voorop en het systeem
biedt voor mij een goede uitkomst om meerdere duiven te spelen. Op deze manier kan je veel meer rendement uit je duiven te halen. Het bevalt me
dus uitstekend!’’
Wanneer koppel je en hoe verloopt het kweekproces??
,,Ik maak geen onderscheid tussen vliegers en kwekers, alle duiven worden in december gekoppeld. Bij de kwekers verloopt alles normaal, geen
eieren weg gooien of zo, niets apart. De vliegduiven worden gescheiden als de jonge duiven ongeveer vijftien dagen oud zijn, de duivinnen
verdwijnen dan met de jongen naar het jonge duivenhok. De doffers zitten dan tijdelijk los en tien dagen later worden ze herkoppelt. Op de eerste
vitesse vlucht zijn de jongen dan ongeveer vijftien dagen oud. De vliegers brengen dus twee ronden jongen groot, met slecht weer blijven de
koppels dan bij elkaar, met goed weer gaan de duivinnen eraf en hebben de doffers twee jongen te verzorgen. Sinds twee jaar doe ik dat, mijn
ervaring is dat vooral de jaarlingen zo ‘bakvastheid’ krijgen. En voor de pennenstand heb ik ook nog geen nadelige gevolgen ondervonden dat de
doffer twee jongen grootbrengt. Als het slecht weer is blijven de duiven dus bij elkaar, voor mij hoeven ze dan nog niet zo nodig op weduwschap.
Op de eerste vluchtjes is het toch de klad die naar huis komt, dan maakt het nog niet zo veel uit of je op nest of weduwschap speelt. Want de
afstand is dan gewoon te klein voor een weduwnaar om zich los te maken. Om terug te komen op de kweek, ik sluit voor de vliegers wel elk jaar af
met het kweken van een ronde late jongen. Ik vind dat erg belangrijk voor duiven die het hele jaar gescheiden zijn geweest door het
weduwschap.’’
Beschrijf in grote lijnen eens jouw dagschema tijdens het vluchtseizoen?
,,De weduwnaars laat ik één maal per dag trainen, van 17.00 tot ongeveer 18.00 uur. De eerste paar keer moet ik ze dan nog wel eens in de lucht
houden met een bal, maar al snel vliegen ze vanzelf zo lang. Aan het eind van de training zet ik het hok los en dan is het speelkwartier en mogen
ze in- en uitvliegen. Als de doffers binnen zijn mogen de duivinnen een uurtje trainen; ik kijk met het loslaten niet op een paar minuten. Ter
voorbereiding op het seizoen richt ik de duiven regelmatig af om ze van een goede basisconditie te voorzien. Ik rijd altijd naar dezelfde plaats;
Velp bij Arnhem. Voor mij is dat 23 kilometer. Als jonge duif worden ze hier ook al vanaf getraind, deze plaats kennen ze dus. Als het echt
noodweer is ga ik natuurlijk niet, maar een bewolkte lucht of een buitje moeten ze toch tegen kunnen hoor, dat komen ze tijdens de vluchten
immers ook wel tegen. Ik breng ze heel regelmatig weg, omdat ik vind dat ze dan echt trainen, loslaten rond het hok is vaak meer ‘Spielerei’. Je
bootst natuurlijk toch al een beetje de vluchtsituatie na op deze manier. Qua voermethodes dan, ik voer Garvo aan mijn duiven, nog het oude fase
systeem wat me zeer goed bevalt. Zoals zo vele liefhebbers begin ik op de vitesse voor in de week met licht voeren en dat gaat naar zwaarder voer
naarmate de week vordert. Met het oog op de komende midfond, krijgen ze de laatste twee vitesse vluchten steeds volle bak. Op de midfond en
dagfond kunnen de doffers eten wat ze willen, de voerbak blijft dan een half uur tot een uur op het hok. Daarna verwijder ik de voerbakken en
krijgen de duiven een paar handjes snoepzaad, wat liggen blijft wordt na een kwartiertje weggeveegd.''
Er wordt vaak gezegd: ,,Een goede duif is nooit ziek''. Klopt dat volgens jou?
,,Daar geloof ik niet in. Een goede atleet is ook wel eens geblesseerd of voelt zich ziek, waarom zou dat bij een duif anders zijn? Zet een
topper maar eens in een hok waar andere duiven allemaal haarwormen hebben, hij zal ze dan ook echt wel krijgen. Het kan dus buiten zijn schuld
zijn, maar bijvoorbeeld in de mand kan ook een topper wat oplopen . . .''
Vele liefhebbers zeggen dat goed vliegen zonder medische begeleiding ondenkbaar is . . . hoe zie jij dat en wat doe jij aan medische
begeleiding?
,,Daar hebben ze volgens mij gelijk in. Er zullen vast wel mensen zijn die nooit wat geven, maar mijn ervaring is dat het nodig is. Erg
belangrijk vind ik dat de duiven, voor de kweek of als de koppels op eieren zitten, een geelkuur krijgen. Ik kuur ze dan met een product op basis
van Rodinazol 10%. De verplichte enting tegen paramixo doe ik in maart. Tijdens het vliegseizoen geef ik zowel de doffers als de duivinnen om de
drie weken een geeltablet. Bij thuiskomst en op zondagochtend zit er na iedere vlucht BS van dr. de Weert in het drinkwater. Verder krijgen ze in
het vliegseizoen elke dinsdag of woensdag iets in het water tegen ornithose. Ik geef dan Orni Speciaal (De Weerd) of Din Druppels van ( Van der
Sluis). Verder ga ik altijd naar een dierenarts als de duiven iets mankeert. Zoals hierboven al gezegd, ik ben niet zo naïef om te denken dat een
goede nooit ziek wordt want dat is onzin. Qua bijprodukten geef ik ook wel het één en ander. Bij thuiskomst na de vlucht zitten er elektrolyten
in het drinkwater, soms is dat poeder een andere keer Belgasol, waar ook aminozuren in zitten. Over het voer zit bij thuiskomst biergist. Soms
gewone biergist en af en toe BMT van Herbots. Verder gebruik ik veel Zell-Oxygen. Dit een is vloeibare biergist waarmee ik het voer vochtig maak.
Daarna doe ik Optimix over het voer. Dit zijn vitaminen en aminozuren. Dat geef ik meestal op maandag en op woensdag. Verder geef ik op
zaterdagavond altijd een broedschotel met ‘bak allerhande’. Hier zit van alles in, grit, piksteen, vitamineral, . . . noem maar op. Dat was het
zo’n beetje. Het lijkt heel wat, maar ik wil er op wijzen dat het niet zaligmakend is. Ik geef het puur om mezelf het gevoel te geven dat ik de
duiven alles heb geboden wat ze eventueel nodig kunnen hebben. Ik weet ook wel, het is geen voorwaarde voor succes, een minder goede duif zal
echt geen goede worden door het geven van wat bijprodukten. Ik wil gewoon graag de optimale randvoorwaarden scheppen om tot de beste prestaties
te komen.''
Met de jonge duiven kan je altijd goed uit de voeten . . . wat vind je zo leuk aan dit spel en welke methodes pas jij toe bij de
jongen?
,,Bij de jonge duiven heb ik toch altijd nog het gevoel dat je ze wat kan vormen. Ze kunnen ook heel veel hebben, de jongen en het is leuk de
ontwikkeling van bepaalde duiven te zien, van een ‘zero’ tot een ‘hero’, om het zo maar te zeggen. Na het spenen verzorgt mijn vrouw Christel de
jonge duiven, zij maakt ze heel erg tam, wat ik zonder meer zeer belangrijk vind. Pas vlak voor het seizoen ga ik me er mee bemoeien. Christel en
ik spelen de jongen op de deur. Naast de voordelen voor het jonge duiven spel, is hier ook van belang dat ze zo alvast wennen aan het weduwschap,
waardoor je als jaarling minder lang kwijt bent ze dit aan te leren. In het verleden speelde ik met jongen op het nest, maar dit verliep nooit
zoals ik het wilde. Altijd vestigde ik mijn hoop op een jong dat een nestje had gebouwd, en telkens weer waren het de jongen op het schabje die
voor de verrassingen zorgden. Daarbij hecht ik een grote waarde aan het trainen, en dat is natuurlijk bij het systeem op de deur veel beter, deze
jongen trekken vaak een uur tot twee uur weg. Heb je jonge duiven op het nest dan is het trainen een probleem. Ze komen veel te snel weer naar
beneden om op de eieren te gaan zitten. Ik heb het nestspel dus voorgoed vaarwel gezegd.’’
Je hebt zo langzamerhand een schitterende stam duiven opgebouwd, haal je nog wel regelmatig duiven bij??
Camphuis duiven zijn mijn basis, met een goede doffer via Peter van Osch er doorheen gekruist. Door de jaren heb ik natuurlijk duiven
bijgehaald, maar vaak was het geen succes. Je moet namelijk ook een dosis geluk hebben bij een aankoop. Ik heb nog wel 2 duivinnen van clubgenoot
Ferry van Loo die goed voldoen en vlak voordat Henk Gerritsen op dramatische wijze om het leven kwam, haalde ik bij hem duiven. Daarvan zitten
ook nog 2 bruikbare duivinnen. Vorig jaar haalde ik jonge duiven bij Nico van Noordenne uit Hardinxveld-Giessendam, twee van deze duiven wonnen
reeds een 1st prijs, dus ik heb goede hoop voor dit seizoen. Het jaar ervoor had Nico hier duiven gehaald en toen hebben we afgesproken dat ik ze
het jaar erop bij hem zou ophalen zo hebben we duiven geruild. Nico heeft gelijk al een topper de NL 01-1420808 die bij hem vitesse kampioen werd
in van het samenspel Zuid Holland Oost rayon a. Speciaal voor de dagfond ging ik naar Gerard en Cornelis Koopman (Ermerveen), een echte superstar
in het duivenwereldje. Ik was zo onder de indruk van zijn duiven, dat ik daar een 20-tal jongen haalde, maar alleen uit zijn allerbeste duiven!
Zo haalde ik o.a.:
3 jongen van ‘Kleine Dirk’ (2 x Nationale overwinnaar);
2 jongen uit ‘Golden Lady’ (gouden kweekduivin, moeder van o.a. ‘Kleine Dirk’, ‘Annelies’ en grootmoeder van meerdere Nationale
overwinnaars);
2 jongen uit ‘Mister Ermerveen’ (Nationale asduif midfond);
1 jong uit ‘Noble Blue’ en tevens volle zus van ‘Mister Ermerveen’;
1 jong uit ‘Showpiece’ (top kweekster);
1 jong uit ‘Zebran’ (vader 1e Nat. Orleans en ‘Lei’);
1 jong uit ‘Lei’ (2 x 2e na ‘Kleine Dirk’); halfzus ‘Vita’ (Olympiadeduif Lievin 2003);
1 jong uit ‘Black Power’ (vader ‘Emperor Queen’, wereldkampioen jonge duiven 1998);
2 jongen uit ‘Yi Min’ (volle zus ‘Kleine Dirk’ en moeder ‘Amore’, 1e nationale asduif dagfond en Olympiadeduif Lievin 2003);
1 jong uit ‘Annelies’ (volle zus ‘Kleine Dirk’, ze is winnaar van 1e – 15.438 d., 2e achter hokgenoot – 13.137 d.,
2e achter hokgenoot – 10.000 d.);
Natuurlijk heb ik hoge verwachtingen van deze duiven, vooral omdat Koopman duiven het bij andere liefhebbers over het algemeen zo goed doen. Dit
seizoen ga ik met de eerste jongen, zowel zuiver als gekruist met mijn eigen soort, hiervan vliegen. Hopelijk lezen jullie hier de verrichtingen
van.’’
Vaak zijn zaken als 'de ligging' en de 'positie in de wagen' heikele punten tijdens het vluchtseizoen . . . hoe belangrijk acht jij die
factoren??
,,Op de vitesse is dat nog wel van belang, de duiven kunnen zich dan nog niet echt losmaken en vaak wordt het dan een zaak van seconden. Als
jouw duiven dan niet aan de goede kant van de wagen zitten (qua wind – de mand uitvliegen met de wind op kop of in de rug maakt natuurlijk een
verschil) en dus niet in de kopgroep zitten, hebben ze geen kans meer terug te komen. En die kopgroep moet natuurlijk ook maar net bij je langs
komen, elke meter omvliegen, kan een paar plaatsen schelen . . . Je moet in ieder geval alles mee hebben om een eerste te vliegen. Ik denk dat
naarmate de afstand groter wordt, de kwaliteit van de duif steeds doorslaggevender wordt. In de kring Zutphen kan je dat goed zien, vooral op de
dagfond. We spelen hier niet met de grote massa, toch zit er met elke wind wel één of meerdere liefhebbers uit onze kring op Teletekst. Dat komt
gewoon omdat het hier altijd een harde concurrentie is geweest, wat het gemiddelde peil van de duif omhoog krikt. Nu zullen vele liefhebbers dit
over hun eigen kring zeggen, maar men moet niet vergeten dat wij hier in de persoon van Eijerkamp natuurlijk de meest professionele liefhebber
van Nederland in onze kring hebben. Zo iemand kan je alleen verslaan door van hele goede huize te komen.’’
Een bekend nummer zegt: ,,Als je wint, heb je vrienden''. In de duivensport is dat nogal eens omgedraaid. Hoe ervaar jij dat?
,,Dat klopt inderdaad . . . maar ik probeer de positieve dingen er uit te halen. Zo is het rond de vluchten bij mij thuis altijd erg gezellig
achter het huis. Met de dagfond gaan we vaak barbecuen en zitten we met een leuk groepje op de duiven te wachten. Je kent dat wel, ouderwets
melken met veel sterke verhalen, dat vind ik nog duivensport in zijn zuiverste vorm, zoals ik het ook als jonge jongen beleefde. Dat vind ik
belangrijker dan de mensen die anderen het succes misgunnen. Natuurlijk is er veel afgunst binnen de sport, maar dat is in elke sport. Ik kan
iemand waarderen om de prestaties die hij behaald, omdat ik zelf weet wat er bij komt kijken. Ik ga ook met liefhebbers om waarover genoeg wordt
geroddeld, voor mij telt dat niet. Als ik iemand als mens mag, ga ik niet af op wat buitenstaanders zeggen, omdat ik weet dat afgunstige mensen
veel onwaarheden verspreiden.
Wat denk je over van de toekomst van de duivensport??
,,Als je het mij vraagt zou de duivensport wel eens een elite sport kunnen worden. Het neemt natuurlijk een steeds professionelere vlucht, er
vallen mensen af, maar het kliekje dat goed vliegt blijft en zal steeds beter worden. Momenteel wordt het duivenbestand snel kleiner, toch denk
ik dat het afnemen van de liefhebbers op gegeven moment tot stilstand zal komen. Iedereen heeft er de mond van vol dat het zo slecht gaat, als je
dat maar vaak genoeg zegt, ga je het zelf ook geloven. De duivensport moet niet de illusie hebben veel jonge leden te trekken, vooral
gepensioneerden of mensen die niet meer deel kunnen nemen aan het arbeidsproces zijn de toekomstige duivenmelkers . . . en die zullen er altijd
blijven komen, ik denk dat de duivensport dus zijn grootste terugval wel achter de rug heeft.’’
Een positieve noot van een jonge man, die ondanks een rijk verleden nog een grote toekomst in de duivensport voor zich heeft. Hiermee komt
een voorlopig einde aan de Marcel Sangers story, het zal u niet verbazen als er al een vlot vervolg op zal komen . . . want met zo veel kwaliteit
en nog zo veel ambitie, zullen we Marcels naam nog regelmatig tegenkomen tussen de kampioenen in onze mooie hobby . .
.
|