Door de ogen van Gert Jan Beute dinsdag 3 oktober 2006 | Admin
Vragen van
lezers deel 2
Na een paar weekjes van rust, is hij er nu toch eindelijk weer; “Ons Spoor
der kampioenen” Ik zeg met klem “ons” want in den lande is het “ons” gevoel onder
de spoor lezers toch erg groot merk ik. En dit in tegenstelling tot enkele andere bladen die jammer genoeg steeds minder lezers voor zich
weten te behouden of zelfs maar nieuwe leden weten te werven. Ook in België zien we enorme
stormloop op het “duivenblad” , enkele Belgische vrienden die me kwamen bezoeken zeiden dat er nu eindelijk eens een echt duivenkrantje is
voor de Vlamingen. Toch leuk voor de redactie, schrijvers en andere medewerkers dat ze zo gewaardeerd worden.
Vragen per mail vragen per telefoon.
Er was iemand die dacht dat ik geen inspiratie meer had omdat ik
onderwerpen vroeg voor mijn column. Ik heb hem maar eerlijk verteld dat ik inspiratie genoeg heb, en dat ik mijn column zaterdags of zondags
binnen 15 minuten op papier zet, maar dat ik gewoon wilde weten wat er onder de mensen leeft, of er nog vragen zijn of dat ik iets verder zou
kunnen uitdiepen.
Hokken ver-bouw en verluchting
Enkele vragen gingen over het
hokklimaat en dan in het bijzonder de onze:
Tijdens hete zomers met weinig wind is ons hok niet meer geschikt op super
uitslagen te behalen, wel eens een vroege duif hoor maar geen hoge prijspercentages. Aan onze
duiven ligt het niet, die doen het in het voor en najaar en met koude/gewone zomers heel best en bij anderen met heet weer super , dus het
moest aan het hok liggen. Twee toppers het gebied van hokkenbouw zijn Reind en
broer Piet Breman uit Genemuiden, deze mensen werden dan ook bij ons binnen gehaald. Reind heeft een jarenlange studie gemaakt van super
presterende hokken, de ligging van die hokken en heeft in die jaren een zeer goed beeld van hoe het zou moeten zijn. Nu zegt hij wel dat
je ter plaatste moet komen kijken naar; Hoe staat het hok, hoe is de ligging, staan er panden om heen, hoe is de beplanting om het hok, geen
enkele ligging is te vergelijken met de ander, dus een standaard oplossing is er niet. Wanneer een kampioen verhuist maar al zijn duiven
en hok meeneemt kan het zomaar gebeuren dat hij een krabber word, zo ook andersom natuurlijk, hier in Friesland is een heel goed voorbeeld,
een goede duivenspeler kocht het huis met hokken van een groot kampioen en werd van de ene op de andere dag zelf een groot kampioen, zou hij
het opeens in de vingers hebben of zou de accommodatie en de plaats in de afdeling het grote geheim zijn? In de jaren 1975/1993 speelden we op dezelfde hokken als nu, met dien verstande dat er ramen in de
voorzijde zaten die open konden. Ze waren in principe altijd gesloten behalve met extreem warm weer dan werden ze overdag open gezet( plafond
dicht). Na de verbouwing van het voorfront in 1993 werden het gewone ramen die niet meer open
konden, volgens de heren Breman zit daar op ons hok de oorzaak; met hitte is er stilstaande lucht die steeds opnieuw ingeademd word, de duiven
worden blauw van vlees, krabben aan de kop en weg prestaties, nu worden er dus weer opslaande ramen in geplaatst en zou het probleem over
moeten zijn. Verder adviseerde de heer Breman om Oud Hollandse of Boomse pannen te plaatsen, maar daar ben ik zelf nog niet zo voor, dit geeft
in de wintertijd zo`n natte bende in het hok( sneeuw en slaande regen hebben vrij spel). Maar wat
mij wel weer bijbleef en wat we zeker gaan doen is het stof wat al sinds 1975 op onze zolder is opgebouwd er af halen. Breman vertelde me
enkele voorbeelden van kampioenen die na 15 tot 20 jaar opeens minder en minder gingen presteren door het dichtslippende dak en na een grote
schoonmaak van zolder en dak opeens weer de grote kampioen van welleer werden. Wij
gaan in ieder geval deze herfst het dak compleet onder handen nemen.
Maandag 25 September jl. was ik te gast bij Jan v.d. Pasch & Dochter
te Grubbenvorst, tijdens het gezellige gesprek vertelde Jan me dat hij altijd graag de columns leest en wilde even terugkomen op die hok
problemen van mij; Je hebt je dakpakken verstopt volgens mij, waren zijn woorden….Zelf nooit aan gedacht en nu van twee mensen gehoord, en
niet de minste duivenspelers toch.
De gebroeders Breman vertelden me nog een mooie term/spreekwoord; Een
middelmatige duif op een goed hok zal beter presteren dan een Supercrack op een middelmatig hok. En dat is natuurlijk ook zo, wanneer je
hok niet optimaal is qua verluchting en/of klimaat zal je altijd een krabber blijven, je kunt kopen aan duiven wat je wil, je kunt er alle
poeders en pillen in stoppen, is je hok niet optimaal dan is al het andere maar betrekkelijk belangrijk.
Rui
Heel veel vragen kwamen er ook met betrekking op de rui van onze
duiven, hoe gaan jullie te werk, wat geven jullie aan
bijproducten, wat doen jullie aan medicatie tijdens de ruitijd etc. Allemaal vragen waar ik nu een antwoord op probeer te geven.
Eigenlijk is de rui èèn der belangrijkste zaken in onze duivensport, het is natuurlijk zo
dat de prestaties van volgend jaar kunnen worden beïnvloed door goede of slechte rui van dit jaar. Dus zorg na de laatste vlucht dat het je
duiven aan niets ontbreekt, zorg eerst voor een dag vasten( geen eten) daarna 14 tot 21 dagen karnemelk door het water in een verhouding van
ongeveer 1 op 3, de eerste dagen na het vasten een lichte maaltijd van zuivering of gerst, hierna moeten de duiven weer alles krijgen aan voer
wat hun hartje begeerd, een goede ruimengeling, onkruidzaden, snoepzaad en natuurlijk alle bijproducten( grit, allerhande, duivenkorrels etc).
Na de karnemelkkuur kun je terug naar schoon water, maar zo eens in de week een dagje karnemelk blijft natuurlijk top. Medicijnen geef je
natuurlijk niet, behalve wanneer er iets aan mankeert. Een paratyfus kuur kun je het best na de grote rui geven, al is de samenstelling van
deze kuren tegenwoordig niet meer schadelijk voor het verenkleed. Blijf de duiven optimaal verzorgen tot de laatste slagpen volledig is uitgegroeid, er zijn nog steeds
mensen die te vroeg overstappen op gerst of zuivering, dit blijf je zien aan de slagpennen en de laatste staartpennen, deze blijven korter dan
bij de “goede” voerders, en reken maar dat je ook dat weer merkt in het vliegseizoen. Dus nu verslappen is reeds opgeven voor volgend
jaar. Wanneer je in de ruitijd duiven hebt die b.v. een nat oogje hebben, niets aan
doen, eigen weerstand is nu heel belangrijk, zijn er meer duiven die iets mankeren dan natuurlijk gelijk naar een goede duivenarts( niet naar
de veearts op de hoek), wij hebben in ons land een 5/6-tal super duivenartsen met kennis van zaken, wat dat betreft staan we in Nederland op
eenzame hoogte, dus scheelt er wat aan bezoek deze mannen en volgend jaar tijdens de vluchten bent u ze dankbaar.
Groetjes Gert Jan Beute
BEUTE_ZN@HOTMAIL.COMmet een onderstreepje _ tussen Beute en Zn
meer nieuws in het archief
|